Mrt
25

Uniek registratiesysteem voor live monitoring werkzaamheden verhoogt beschikbaarheid netwerk Eurofiber


Proactieve aanpak incidenten en kwaliteitsverhoging door beter toezicht op certificering aannemers.


Eurofiber heeft een nieuw registratiesysteem voor werkzaamheden aan zijn glasvezelnetwerk in gebruik genomen: Account Beheer Cocon (ABC). Uniek aan ABC is dat het real-time laat zien welke monteur waar aan het werk is. Bovendien controleert het systeem of deze persoon door Eurofiber gecertificeerd is.
“Iedere week vinden er gemiddeld 400 werkzaamheden plaats aan ons netwerk, die uitsluitend door geselecteerde aannemersbedrijven worden uitgevoerd. ABC helpt ons het aantal netwerkverstoringen met klant-impact ten gevolge van deze werkzaamheden te minimaliseren en deze sneller op te lossen. We werken continu aan het verhogen van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van ons glasvezelnetwerk. ABC levert daar een belangrijke bijdrage aan”, aldus Arian de Korte, Operations Director van Eurofiber. 

Proactief incidenten oplossen
Monteurs die aan het netwerk van Eurofiber werken, moeten zich voor ze aan de slag gaan via sms aanmelden in ABC. Een koppeling met Cocon, het netwerkregistratiesysteem van Eurofiber, zorgt ervoor dat live in beeld wordt gebracht welke monteur waar aan het werk is en op welk telefoonnummer deze bereikbaar is. Incidenteel ontstaat er een storing als gevolg van werkzaamheden. ABC maakt dit direct zichtbaar voor de technici in het Network Operations Center van Eurofiber. Er kan onmiddellijk contact worden opgenomen met de monteur in kwestie om het incident op te lossen.

Alleen voor gecertificeerde monteurs
Alleen monteurs waarvan de certificering door Eurofiber in orde is, kunnen zich aanmelden in ABC. ABC zorgt er bovendien voor dat de monteurs het werk binnen het overeengekomen service window uitvoeren. Ook worden ze tijdig gewaarschuwd als hun certificering dreigt te verlopen.

Verdere daling incidenten
Eurofiber heeft sinds eind 2010 een certificeringsprogramma voor iedereen die aan zijn netwerk werkt. Deze certificering is zowel van toepassing op eigen medewerkers, als op de medewerkers van de aannemers waarmee Eurofiber intensief samenwerkt. Het certificeringsbeleid van Eurofiber heeft de afgelopen jaren geleid tot een drastische daling van het aantal netwerkincidenten met klant impact. Door ABC is iedereen zich nog meer bewust van ‘de spelregels’ die gelden voor het werken aan het Eurofiber-netwerk en houdt zich hier ook aan. Daarom is Eurofiber ervan overtuigd dat de invoering van ABC het aantal klantincidenten door werkzaamheden aan het netwerk nog verder zal terugdringen.

Lees meer...

Mrt
18

Eurofiber verlaagt CO2-uitstoot met 20%


Eurofiber is al een aantal jaren bezig om zijn organisatie duurzamer te maken. Al sinds 2011 richten we ons actief op het verlagen van onze CO2-uitstoot en in 2013 hebben we alle activiteiten, die gerelateerd zijn aan duurzaamheid, gebundeld in het Eurofiber Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen-beleid. Dit beleid is gericht op een aantal pijlers waar Eurofiber veel waarde aan hecht: Maatschappelijke betrokkenheid, Milieu, Health & Safety en Eerlijk zakendoen.

We zijn dan ook verheugd om te kunnen delen dat Eurofiber in een jaar tijd zijn CO2 uitstoot met 20% heeft weten te verlagen. De 20% CO2-reductie is gemeten per kilometer netwerk. Dit is 23 ton CO2 per kilometer dat vergeleken kan worden met het rijden van 88.000 kilometer door een personenauto. Een resultaat waar we trots op zijn, zeker gezien de netwerkuitbreiding van 1.700 km die we hebben gerealiseerd in 2014.
Eurofiber heeft de CO2-uitstoot significant weten te verlagen door de efficiency van de netwerkapparatuur te verhogen en als organisatie bewuster om te gaan met energie. 

Lees meer...

Mrt
17

Uw bereikbaarheid tijdens de feestdagen


De komende periode staat er weer een aantal feestdagen voor de deur, waarop uw bedrijf wellicht verminderd of helemaal niet bereikbaar is. Wilt u een speciale meldtekst laten horen of uw telefoonnummer doorschakelen? Vraag ons tijdig naar de mogelijkheden.
 
Tweede paasdag                     6 april 2015
Koningsdag                            27 april 2015
Bevrijdingsdag                        5 mei 2015
Hemelvaart                            14 mei 2015
Tweede Pinksterdag               25 mei 2015

Lees meer...

Mrt
11

Wildgroei aan gemeentelijke regels staat digitale innovatie in de weg


Toegang tot snel internet is een voorwaarde voor krachtige economische groei. Dat staat in de Europese Digitale Agenda, waarin de digitale ambitie voor Europa in 2020 is vastgelegd. De EU-lidstaten moeten stimuleren dat er op grote schaal wordt geïnvesteerd in technologie om een goede digitale toekomst zeker te stellen, zo staat in de Digitale Agenda. Toch lijken die toegang en investeringen de bottleneck te worden.
In 2020 moet iedereen toegang hebben tot breedband internet met een snelheid van minimaal 30 Mbps en 50 procent van de huishoudens moet zelfs beschikken over een aansluiting van minimaal 100 Mbps, staat in de Europese Digitale Agenda. Hoewel het Nederlandse kabinet deze doelstellingen over heeft genomen in de Digitale Agenda.nl, is dit voor ons land niet het einddoel. De Nederlandse Digitale Agenda richt zich op vier pijlers: meer ruimte voor ondernemers om slimmer te werken, een snelle en open infrastructuur, digitale veiligheid en vertrouwen en de noodzaak voor innovatie van meer e-vaardige mensen op de arbeidsmarkt en een goede ict-onderzoeksinfrastructuur.

Mix van private en publieke inspanningen
Alle digitale ambities, of ze nou Europees of landelijk zijn, starten bij de infrastructuur. Niet voor niets riep voormalig Eurocommissaris Kroes alle EU-lidstaten op om meer te investeren in technologie. In een stelling over smart cities en het verbinden van buitengebieden met supersnel breedband internet schreef ze dat er een mix nodig is van publieke en private inspanningen. Steden moeten over een ict-infrastructuur beschikken die hen productiever en duurzamer maakt, terwijl kleinere gemeenschappen met steden verbonden moeten worden om duurzaam te worden op sociaal en economische gebied.
Hans van Leeuwen, network counsel bij glasvezelleverancier Eurofiber en in die functie verantwoordelijk voor de contacten met de centrale en lokale overheid: ‘Op het gebied van leges, vergunningen en systemen zijn er bij de decentrale overheden zulke grote verschillen dat dit de aanleg van glasvezelnetwerken bemoeilijkt. Met een betere samenwerking op dat gebied kunnen we sneller netwerken uitrollen.’

Glasvezel is onmisbaar
Glasvezelverbindingen worden in Nederland aangelegd door telecomaanbieders, gespecialiseerde aanbieders of gemeenten zelf. Dat laatste is kostentechnisch aantrekkelijk, menen gemeenten, maar voor de gebruikers is het niet ideaal, want met louter de aanleg van een verbinding ben je er nog niet. De uitdaging zit hem vooral in het beheer en onderhoud van een netwerk. KPN legt zijn eigen glasvezelnetwerk aan, Ziggo en UPC doen dat bijvoorbeeld voor hun eigen kabelnetwerk en Eurofiber is een onafhankelijke leverancier van slimme netwerken.
Glasvezel wordt in toenemende mate onmisbaar in onze samenleving. Waar steeds meer mensen zich kunnen indenken dat glasvezel noodzakelijk is voor bijvoorbeeld werken in de cloud en het mobiele telefoonverkeer, realiseren maar weinigen zich dat glasvezel ook wordt gebruikt voor het op afstand aansturen van bruggen en sluizen, voor de bediening van straatverlichting en verkeersregelinstallaties en voor de routering van de energie tussen centrales. Zonder glasvezel zou onze wereld er heel anders uitzien.

Vergunningen en leges
Gemeenten hebben tot doel om een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor wonen en werken te creëren. Hiervoor zijn openbare elektronische communicatienetwerken onmisbaar. Toch is er geen eenduidige aanpak voor de aanleg hiervoor.
‘Nederland telt 403 gemeenten en telecomaanbieders hebben, kort door de bocht gezegd, te maken met 403 verschillende verordeningen en handboeken voor de uitrol van een netwerk. Gezien de autonomie die iedere gemeente in Nederland heeft, kunnen zij zelf bepalen hoe de vergunningprocedure in elkaar steekt en welke leges (aanvraagkosten voor een vergunning) er geheven worden. Zo komt het voor dat in gemeente A de leges driehonderd euro bedragen, maar in gemeente B voor exact dezelfde vergunning drieduizend euro moet worden betaald’, vertelt Van Leeuwen. Gemiddeld bedragen de gemeentelijke kosten (die meer omvatten dan alleen maar de leges) zo’n 20 tot 30 procent van het totale kostenplaatje voor de aanleg van een nieuw glasvezelnetwerk.

Verschillende systemen
Veel gemeenten zijn daarnaast nog niet zover dat het mogelijk is om digitaal een vergunning aan te vragen. En onder de gemeenten die al wel gebruikmaken van een systeem om digitaal vergunningen aan te vragen, wordt een grote diversiteit aan systemen gebruikt. ‘We werken het liefste digitaal’, vertelt Van Leeuwen. ‘Je kunt je voorstellen dat dat niet alleen efficiënter is, maar het is ook nog eens duurzamer, omdat we niet een heel pak papier aan bijlagen hoeven toe te voegen aan een vergunning.’
Door de wildgroei aan systemen, moeten telecomaanbieders en andere glasvezelleveranciers bij ieder aanlegtraject veel extra uitzoekwerk verrichten. ‘Het zou een stuk efficiënter werken als er een eenduidig systeem met eenduidige regels zou worden opgesteld’, benadrukt van Leeuwen. Zo’n eenduidig model is er al wel op het gebied van de telecomverordening die iedere gemeente moet hebben.
De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) stelde een modelverordening op en liet die toetsen. De verordening wordt gedragen door de telecomsector en is beschikbaar gesteld aan de Nederlandse gemeenten. ‘Alleen wordt die weinig gebruikt. Gemeenten stellen vaak zelf een verordening op of schakelen daar een extern bureau voor in.’
Van Leeuwen vertelt dat hij en zijn collega’s er regelmatig mee worden geconfronteerd dat zo’n zelf opgestelde verordening in strijd is met de Telecomwet. Maar in Nederland geldt dat op het moment dat een verordening is aangenomen – vaak gebeurt dat voor één jaar-– deze niet meer kan worden verworpen. ‘Waardoor wij dus bezwaar moeten indienen tegen iedere afgegeven vergunning die op zichzelf in strijd is met de wet. Een beetje de omgekeerde wereld.’
Hij pleit ervoor dat iedere Nederlandse gemeente de VNG-modelverordening overneemt en dan in het gemeentelijke handboek de lokale procedures beschrijft. ‘Die handboeken kunnen onderling best verschillen, als op hoofdlijnen maar helderheid bestaat en ze in lijn zijn met de wet. Dat is nu niet het geval.’

Onnodig bodemonderzoek
Van Leeuwen pleit ervoor dat gemeenten en telecomorganisaties nog meer met elkaar gaan samenwerken op het gebied van het aanleggen van netwerken. ‘We proberen altijd duidelijk te maken dat we er niet op uit zijn om overlast te bezorgen, maar dat de aanleg van netwerken zorgt voor duurzaamheid, veiligheid en connectiviteit in een gemeente’, zegt Van Leeuwen.
Hij haalt een voorbeeld aan van het bodemonderzoek dat Eurofiber steeds vaker moet verrichten voordat de vergunning wordt afgegeven door een gemeente. ‘Dat is het onnodig bemoeilijken van het proces. Onze kabels worden bijna nooit zomaar in de grond gelegd, maar worden toegevoegd aan een tracé waar al kabels van andere (nuts)bedrijven liggen. Die leveranciers hebben ook allemaal een bodemonderzoek moeten uitvoeren, waarom moeten wij dat dan nógmaals doen? De gemeente is bevoegd gezag, dus zij zijn verantwoordelijk voor het op orde maken en houden van hun administratie ten aanzien van verontreinigde grond. De kosten en doorlooptijd voor een bodemonderzoek zijn enorm. Het is onnodig om dat standaard te laten doen bij iedere aanvraag.’

Creatieve toepassing van methodieken
Een ander probleem  waar glasvezelleveranciers in de praktijk tegenaan lopen is de interpretatie van gemeenten van de regel in de Telecomwet over het herstellen van het straatwerk na graafwerkzaamheden. In principe moet de netwerkleverancier het straatwerk in oude staat herstellen, maar een gemeente mag ook besluiten om dat zelf te doen. Van Leeuwen: ‘Daar betaal je dan voor als glasvezelleverancier. En dat bedrag is over het algemeen een stuk hoger dan het zou zijn geweest als we het zelf hadden gedaan, want wij hebben daarvoor afspraken gemaakt met onze aannemers.’
De VNG heeft herstraattarieven vastgesteld en afgesproken met de telecomsector, maar gemeenten passen de methodiek van die tarieven niet goed toe, volgens Van Leeuwen. ‘De tarieven zijn redelijk marktconform, maar doordat de methodiek foutief wordt toegepast, worden de kosten flink hoger.’ De gemeente gaat niet uit van de geulbreedte, maar van de opengebroken bestrating. Volgens de VNG-methodiek moet van de geulbreedte worden uitgegaan, want daar komt automatisch een opslag overheen voor het openbreken van de bestrating. ‘Dus als een gemeente uitgaat van de breedte van de opengebroken bestrating, betalen we dus een opslag over de opslag.’
Daarnaast krijgen leveranciers ook te maken met degeneratiekosten, kosten die moeten worden betaald omdat de straatbedekking in kwaliteit afneemt wanneer het vaak geopend wordt. Iedere partij moet die kosten betalen, als hij de geul opent. ‘En dat staat vaak niet in verhouding tot de werkelijke degeneratie, zeker niet als de herbestratingsmethodiek verkeerd wordt toegepast.’

Autonomie drempel voor digitale agenda
Kroes roept de telecomsector op om te investeren in meer breedbandverbindingen, maar een oproep aan de Nederlandse gemeenten zou daarmee gepaard moeten gaan. Beide sectoren zullen samen moeten werken aan de Digitale Agenda. ‘Meer investeren is nodig, maar we willen ook efficiënter investeren. Door een wildgroei aan regels en tarieven wordt het voor telecomaanbieders minder interessant om te investeren in de aanleg van glasvezel. Als we voorop willen blijven lopen, moeten de gemeentes hun beleid, tarieven en systemen uniformeren. Dan zijn de ambities van de Digitale Agenda haalbaar.’

Lees meer...