• Volgens OpenSignal ligt de gemiddelde snelheid op het 4G-netwerk van T-Mobile op 20 Mbps, op dat van Vodafone op 14 Mb/s, terwijl de gemiddelde snelheid op het netwerk van KPN op 10 Mb/s zou liggen.

    De dekkingsgraad komt volgens de metingen uit op ongeveer 65% van het land voor T-Mobile, ongeveer 80% voor Vodafone en ongeveer 90% voor KPN. Betere scores vindt je alleen Zuid-Korea, waar de drie geboden 4G-netwerken allemaal een dekkingspercentage hebben van boven de 90 %.
     

    Nederland scoort wereldwijd relatief goed in de reële snelheden die via 4G-netwerken worden aangeboden. Dat valt op te maken uit het rapport ‘The State of LTE” van OpenSignal. Dit rapport is samengesteld door metingen gedaan door gebruikers van 4G met behulp van de OpenSignal-app. Volgens de onderzoekers blijkt hieruit dat de gemiddelde snelheid in Nederland op 14 Mb/s ligt. Spanje is koploper met 18 Mb/s, gevolgd door Finland, Denemarken en Zuid-Korea (alle drie 17 Mb/s).
     

    In het rapport wordt ook gekeken naar het zogenoemde Time on LTE-percentage, de hoeveelheid tijd waarin een gebruiker daadwerkelijk toegang heeft tot 4G. In Nederland ligt het gemiddelde op 80%. Specifiek voor KPN ligt dit percentage op 90%, voor Vodafone op 79% en voor T-Mobile op 65%. Zuid-Korea scoort het hoogst met een Time on LTE-percentage van 95 procent.
     

    De metingen voor het rapport van OpenSignal zijn gedaan in de periode van november 2014 tot en met januari 2015. KPN meldde in april vorig jaar klaar te zijn met de uitrol van zijn 4G-netwerk in Nederland, Vodafone bereikte afgelopen september landelijke dekking, terwijl T-Mobile eind dit jaar de uitrol van 4G verwacht af te ronden.

  • Het gebruik van zakelijk internet zal tot 2018 jaarlijks met zo’n 19% groeien, becijferde Cisco in zijn ‘Visual Networking Index’. Het equivalent van 769 miljoen dvd’s per maand of 1 miljoen dvd’s per uur. Door de komst van cloud computing is het model voor internettoegang de laatste jaren sterk veranderd. Werd het voorheen vooral gezien als dienst bovenop een fysieke infrastructuur, tegenwoordig is internettoegang net zo vanzelfsprekend als water uit de kraan.

    Leveranciers van clouddiensten zoals Amazon, Microsoft, Google en Salesforce, maar ook talloze kleinere en minder bekende aanbieders, stellen één voorwaarde voor het gebruik van hun diensten. Dat de eindgebruiker beschikt over toegang tot het internet. Geen toegang tot het internet, betekent geen optimale toegang tot de clouddiensten. Internet is steeds vaker de manier voor eindgebruikers om hun connectiviteitsvraagstukken op te lossen. Dit is dan ook een van de aanjagers voor de exponentiële groei van het zakelijke IP-verkeer in de regio West-Europa.

    Steeds meer internet verkeer
    Uit Cisco’s VNI blijkt dat in West-Europa het IP-verkeer in 2018 tot 3,9 exabytes per maand groeit, dit is een jaarlijkse groei van 16%. Het zakelijke internetverkeer groeit met 19% tot 2018. Dit verkeer bereikt in 2018 3,1 exabytes per maand. Ter vergelijking, in 2013 bedroeg het zakelijke internetverkeer in West-Europa 1,3 exabytes, ruim de helft minder. Het zakelijke internetverkeer bedroeg in dat jaar 71% van al het zakelijke IP-verkeer en in 2018 zal dat 79% bedragen.
     

  • Proactieve aanpak incidenten en kwaliteitsverhoging door beter toezicht op certificering aannemers.


    Eurofiber heeft een nieuw registratiesysteem voor werkzaamheden aan zijn glasvezelnetwerk in gebruik genomen: Account Beheer Cocon (ABC). Uniek aan ABC is dat het real-time laat zien welke monteur waar aan het werk is. Bovendien controleert het systeem of deze persoon door Eurofiber gecertificeerd is.
    “Iedere week vinden er gemiddeld 400 werkzaamheden plaats aan ons netwerk, die uitsluitend door geselecteerde aannemersbedrijven worden uitgevoerd. ABC helpt ons het aantal netwerkverstoringen met klant-impact ten gevolge van deze werkzaamheden te minimaliseren en deze sneller op te lossen. We werken continu aan het verhogen van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van ons glasvezelnetwerk. ABC levert daar een belangrijke bijdrage aan”, aldus Arian de Korte, Operations Director van Eurofiber. 

    Proactief incidenten oplossen
    Monteurs die aan het netwerk van Eurofiber werken, moeten zich voor ze aan de slag gaan via sms aanmelden in ABC. Een koppeling met Cocon, het netwerkregistratiesysteem van Eurofiber, zorgt ervoor dat live in beeld wordt gebracht welke monteur waar aan het werk is en op welk telefoonnummer deze bereikbaar is. Incidenteel ontstaat er een storing als gevolg van werkzaamheden. ABC maakt dit direct zichtbaar voor de technici in het Network Operations Center van Eurofiber. Er kan onmiddellijk contact worden opgenomen met de monteur in kwestie om het incident op te lossen.

    Alleen voor gecertificeerde monteurs
    Alleen monteurs waarvan de certificering door Eurofiber in orde is, kunnen zich aanmelden in ABC. ABC zorgt er bovendien voor dat de monteurs het werk binnen het overeengekomen service window uitvoeren. Ook worden ze tijdig gewaarschuwd als hun certificering dreigt te verlopen.

    Verdere daling incidenten
    Eurofiber heeft sinds eind 2010 een certificeringsprogramma voor iedereen die aan zijn netwerk werkt. Deze certificering is zowel van toepassing op eigen medewerkers, als op de medewerkers van de aannemers waarmee Eurofiber intensief samenwerkt. Het certificeringsbeleid van Eurofiber heeft de afgelopen jaren geleid tot een drastische daling van het aantal netwerkincidenten met klant impact. Door ABC is iedereen zich nog meer bewust van ‘de spelregels’ die gelden voor het werken aan het Eurofiber-netwerk en houdt zich hier ook aan. Daarom is Eurofiber ervan overtuigd dat de invoering van ABC het aantal klantincidenten door werkzaamheden aan het netwerk nog verder zal terugdringen.

  • Eurofiber is al een aantal jaren bezig om zijn organisatie duurzamer te maken. Al sinds 2011 richten we ons actief op het verlagen van onze CO2-uitstoot en in 2013 hebben we alle activiteiten, die gerelateerd zijn aan duurzaamheid, gebundeld in het Eurofiber Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen-beleid. Dit beleid is gericht op een aantal pijlers waar Eurofiber veel waarde aan hecht: Maatschappelijke betrokkenheid, Milieu, Health & Safety en Eerlijk zakendoen.

    We zijn dan ook verheugd om te kunnen delen dat Eurofiber in een jaar tijd zijn CO2 uitstoot met 20% heeft weten te verlagen. De 20% CO2-reductie is gemeten per kilometer netwerk. Dit is 23 ton CO2 per kilometer dat vergeleken kan worden met het rijden van 88.000 kilometer door een personenauto. Een resultaat waar we trots op zijn, zeker gezien de netwerkuitbreiding van 1.700 km die we hebben gerealiseerd in 2014.
    Eurofiber heeft de CO2-uitstoot significant weten te verlagen door de efficiency van de netwerkapparatuur te verhogen en als organisatie bewuster om te gaan met energie. 

  • De komende periode staat er weer een aantal feestdagen voor de deur, waarop uw bedrijf wellicht verminderd of helemaal niet bereikbaar is. Wilt u een speciale meldtekst laten horen of uw telefoonnummer doorschakelen? Vraag ons tijdig naar de mogelijkheden.
     
    Tweede paasdag                     6 april 2015
    Koningsdag                            27 april 2015
    Bevrijdingsdag                        5 mei 2015
    Hemelvaart                            14 mei 2015
    Tweede Pinksterdag               25 mei 2015

  • Toegang tot snel internet is een voorwaarde voor krachtige economische groei. Dat staat in de Europese Digitale Agenda, waarin de digitale ambitie voor Europa in 2020 is vastgelegd. De EU-lidstaten moeten stimuleren dat er op grote schaal wordt geïnvesteerd in technologie om een goede digitale toekomst zeker te stellen, zo staat in de Digitale Agenda. Toch lijken die toegang en investeringen de bottleneck te worden.
    In 2020 moet iedereen toegang hebben tot breedband internet met een snelheid van minimaal 30 Mbps en 50 procent van de huishoudens moet zelfs beschikken over een aansluiting van minimaal 100 Mbps, staat in de Europese Digitale Agenda. Hoewel het Nederlandse kabinet deze doelstellingen over heeft genomen in de Digitale Agenda.nl, is dit voor ons land niet het einddoel. De Nederlandse Digitale Agenda richt zich op vier pijlers: meer ruimte voor ondernemers om slimmer te werken, een snelle en open infrastructuur, digitale veiligheid en vertrouwen en de noodzaak voor innovatie van meer e-vaardige mensen op de arbeidsmarkt en een goede ict-onderzoeksinfrastructuur.

    Mix van private en publieke inspanningen
    Alle digitale ambities, of ze nou Europees of landelijk zijn, starten bij de infrastructuur. Niet voor niets riep voormalig Eurocommissaris Kroes alle EU-lidstaten op om meer te investeren in technologie. In een stelling over smart cities en het verbinden van buitengebieden met supersnel breedband internet schreef ze dat er een mix nodig is van publieke en private inspanningen. Steden moeten over een ict-infrastructuur beschikken die hen productiever en duurzamer maakt, terwijl kleinere gemeenschappen met steden verbonden moeten worden om duurzaam te worden op sociaal en economische gebied.
    Hans van Leeuwen, network counsel bij glasvezelleverancier Eurofiber en in die functie verantwoordelijk voor de contacten met de centrale en lokale overheid: ‘Op het gebied van leges, vergunningen en systemen zijn er bij de decentrale overheden zulke grote verschillen dat dit de aanleg van glasvezelnetwerken bemoeilijkt. Met een betere samenwerking op dat gebied kunnen we sneller netwerken uitrollen.’

    Glasvezel is onmisbaar
    Glasvezelverbindingen worden in Nederland aangelegd door telecomaanbieders, gespecialiseerde aanbieders of gemeenten zelf. Dat laatste is kostentechnisch aantrekkelijk, menen gemeenten, maar voor de gebruikers is het niet ideaal, want met louter de aanleg van een verbinding ben je er nog niet. De uitdaging zit hem vooral in het beheer en onderhoud van een netwerk. KPN legt zijn eigen glasvezelnetwerk aan, Ziggo en UPC doen dat bijvoorbeeld voor hun eigen kabelnetwerk en Eurofiber is een onafhankelijke leverancier van slimme netwerken.
    Glasvezel wordt in toenemende mate onmisbaar in onze samenleving. Waar steeds meer mensen zich kunnen indenken dat glasvezel noodzakelijk is voor bijvoorbeeld werken in de cloud en het mobiele telefoonverkeer, realiseren maar weinigen zich dat glasvezel ook wordt gebruikt voor het op afstand aansturen van bruggen en sluizen, voor de bediening van straatverlichting en verkeersregelinstallaties en voor de routering van de energie tussen centrales. Zonder glasvezel zou onze wereld er heel anders uitzien.

    Vergunningen en leges
    Gemeenten hebben tot doel om een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor wonen en werken te creëren. Hiervoor zijn openbare elektronische communicatienetwerken onmisbaar. Toch is er geen eenduidige aanpak voor de aanleg hiervoor.
    ‘Nederland telt 403 gemeenten en telecomaanbieders hebben, kort door de bocht gezegd, te maken met 403 verschillende verordeningen en handboeken voor de uitrol van een netwerk. Gezien de autonomie die iedere gemeente in Nederland heeft, kunnen zij zelf bepalen hoe de vergunningprocedure in elkaar steekt en welke leges (aanvraagkosten voor een vergunning) er geheven worden. Zo komt het voor dat in gemeente A de leges driehonderd euro bedragen, maar in gemeente B voor exact dezelfde vergunning drieduizend euro moet worden betaald’, vertelt Van Leeuwen. Gemiddeld bedragen de gemeentelijke kosten (die meer omvatten dan alleen maar de leges) zo’n 20 tot 30 procent van het totale kostenplaatje voor de aanleg van een nieuw glasvezelnetwerk.

    Verschillende systemen
    Veel gemeenten zijn daarnaast nog niet zover dat het mogelijk is om digitaal een vergunning aan te vragen. En onder de gemeenten die al wel gebruikmaken van een systeem om digitaal vergunningen aan te vragen, wordt een grote diversiteit aan systemen gebruikt. ‘We werken het liefste digitaal’, vertelt Van Leeuwen. ‘Je kunt je voorstellen dat dat niet alleen efficiënter is, maar het is ook nog eens duurzamer, omdat we niet een heel pak papier aan bijlagen hoeven toe te voegen aan een vergunning.’
    Door de wildgroei aan systemen, moeten telecomaanbieders en andere glasvezelleveranciers bij ieder aanlegtraject veel extra uitzoekwerk verrichten. ‘Het zou een stuk efficiënter werken als er een eenduidig systeem met eenduidige regels zou worden opgesteld’, benadrukt van Leeuwen. Zo’n eenduidig model is er al wel op het gebied van de telecomverordening die iedere gemeente moet hebben.
    De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) stelde een modelverordening op en liet die toetsen. De verordening wordt gedragen door de telecomsector en is beschikbaar gesteld aan de Nederlandse gemeenten. ‘Alleen wordt die weinig gebruikt. Gemeenten stellen vaak zelf een verordening op of schakelen daar een extern bureau voor in.’
    Van Leeuwen vertelt dat hij en zijn collega’s er regelmatig mee worden geconfronteerd dat zo’n zelf opgestelde verordening in strijd is met de Telecomwet. Maar in Nederland geldt dat op het moment dat een verordening is aangenomen – vaak gebeurt dat voor één jaar-– deze niet meer kan worden verworpen. ‘Waardoor wij dus bezwaar moeten indienen tegen iedere afgegeven vergunning die op zichzelf in strijd is met de wet. Een beetje de omgekeerde wereld.’
    Hij pleit ervoor dat iedere Nederlandse gemeente de VNG-modelverordening overneemt en dan in het gemeentelijke handboek de lokale procedures beschrijft. ‘Die handboeken kunnen onderling best verschillen, als op hoofdlijnen maar helderheid bestaat en ze in lijn zijn met de wet. Dat is nu niet het geval.’

    Onnodig bodemonderzoek
    Van Leeuwen pleit ervoor dat gemeenten en telecomorganisaties nog meer met elkaar gaan samenwerken op het gebied van het aanleggen van netwerken. ‘We proberen altijd duidelijk te maken dat we er niet op uit zijn om overlast te bezorgen, maar dat de aanleg van netwerken zorgt voor duurzaamheid, veiligheid en connectiviteit in een gemeente’, zegt Van Leeuwen.
    Hij haalt een voorbeeld aan van het bodemonderzoek dat Eurofiber steeds vaker moet verrichten voordat de vergunning wordt afgegeven door een gemeente. ‘Dat is het onnodig bemoeilijken van het proces. Onze kabels worden bijna nooit zomaar in de grond gelegd, maar worden toegevoegd aan een tracé waar al kabels van andere (nuts)bedrijven liggen. Die leveranciers hebben ook allemaal een bodemonderzoek moeten uitvoeren, waarom moeten wij dat dan nógmaals doen? De gemeente is bevoegd gezag, dus zij zijn verantwoordelijk voor het op orde maken en houden van hun administratie ten aanzien van verontreinigde grond. De kosten en doorlooptijd voor een bodemonderzoek zijn enorm. Het is onnodig om dat standaard te laten doen bij iedere aanvraag.’

    Creatieve toepassing van methodieken
    Een ander probleem  waar glasvezelleveranciers in de praktijk tegenaan lopen is de interpretatie van gemeenten van de regel in de Telecomwet over het herstellen van het straatwerk na graafwerkzaamheden. In principe moet de netwerkleverancier het straatwerk in oude staat herstellen, maar een gemeente mag ook besluiten om dat zelf te doen. Van Leeuwen: ‘Daar betaal je dan voor als glasvezelleverancier. En dat bedrag is over het algemeen een stuk hoger dan het zou zijn geweest als we het zelf hadden gedaan, want wij hebben daarvoor afspraken gemaakt met onze aannemers.’
    De VNG heeft herstraattarieven vastgesteld en afgesproken met de telecomsector, maar gemeenten passen de methodiek van die tarieven niet goed toe, volgens Van Leeuwen. ‘De tarieven zijn redelijk marktconform, maar doordat de methodiek foutief wordt toegepast, worden de kosten flink hoger.’ De gemeente gaat niet uit van de geulbreedte, maar van de opengebroken bestrating. Volgens de VNG-methodiek moet van de geulbreedte worden uitgegaan, want daar komt automatisch een opslag overheen voor het openbreken van de bestrating. ‘Dus als een gemeente uitgaat van de breedte van de opengebroken bestrating, betalen we dus een opslag over de opslag.’
    Daarnaast krijgen leveranciers ook te maken met degeneratiekosten, kosten die moeten worden betaald omdat de straatbedekking in kwaliteit afneemt wanneer het vaak geopend wordt. Iedere partij moet die kosten betalen, als hij de geul opent. ‘En dat staat vaak niet in verhouding tot de werkelijke degeneratie, zeker niet als de herbestratingsmethodiek verkeerd wordt toegepast.’

    Autonomie drempel voor digitale agenda
    Kroes roept de telecomsector op om te investeren in meer breedbandverbindingen, maar een oproep aan de Nederlandse gemeenten zou daarmee gepaard moeten gaan. Beide sectoren zullen samen moeten werken aan de Digitale Agenda. ‘Meer investeren is nodig, maar we willen ook efficiënter investeren. Door een wildgroei aan regels en tarieven wordt het voor telecomaanbieders minder interessant om te investeren in de aanleg van glasvezel. Als we voorop willen blijven lopen, moeten de gemeentes hun beleid, tarieven en systemen uniformeren. Dan zijn de ambities van de Digitale Agenda haalbaar.’

  • Goed nieuws voor miljoenen smartphonebezitters. Na T-Mobile verlaagt ook KPN zijn prijzen. Volgens telecomexperts is dat het begin van een heuse prijzenoorlog.
    Mobiel internet wordt de helft goedkoper. Bestaande klanten krijgen een verdubbeling van hun databundel voor hetzelfde bedrag. In praktijk verlaagt KPN een abonnement met 5 Gigabyte per maand en onbeperkt bellen met 10 euro. 

    ,,Uit onderzoek blijkt dat onze klanten sinds de komst van ons 4G-net veel meer mobiel internetgebruiken," verklaart directeur Consumentenmarkt Jaap Postma de tariefsverlaging. ,,Steeds vaker kijken zij online video en stramen zij muziek. Daarom zetten wij nu deze logische stap."

    Tele2
    Ruim een week eerder zette T-Mobile al het mes in zijn tarieven. Een Gigabyte mobiel internet kost nu slechts 10 euro per maand, dat was 15 euro. Een superbundel van 10 Gigabyte ging van 35 naar 30 euro.

    Volgens Ben Woldring, eigenaar van bekende telecomvergelijkingssite Bellen.com, begint de al eerder voorspelde prijzenoorlog in telecomland los te barsten. ,,KPN en T-Mobile sorteren duidelijk voor op de komst van Tele2 als nieuwe aanbieder later dit jaar." Naar verwachting zal Tele2 agressief klanten gaan werven. 

    Subtiel spel
    Woldring verwacht dat ook Vodafone zijn tarieven binnenkort wijzigt. Dat denkt ook telecomexpert Tim Poulus van onderzoeksbureau Telecompaper.com. ,,Het is een subtiel commercieel spel: mobiele bedrijven zien dat klanten steeds meer data verstoken en moeten hen niet te veel uit hun bundel laten vliegen. Anders krijgen abonnee's het gevoel dat hun een poot wordt uitgedraaid." 

    De prijzenslag blijft voorlopig beperkt en zal niet zo ver gaan dat de belbedrijven minder euro's per klant binnenkrijgen, denkt Poulus. ,,Dan zouden ze zich te veel in eigen vlees snijden." 

    Pas als Tele2 komt, zijn forsere verlagingen wellicht nodig. Telecompaper wijst er op dat KPN en T-Mobile ook garen spinnen bij de prijsdalingen. Door de grotere bundels gaan klanten vanzelf meer data verstoken. ,,Zo creëren KPN, T-Mobile en Vodafone hun eigen vraag."

  • T-Mobile gaat als eerste telecomaanbieder buitenlandse bel- en sms-kosten afschaffen. Bellen vanuit een ander EU-land gaat dan uit dezelfde bundel die een klant ook in Nederland gebruikt, met een maximum van twee uur per maand. Sms'en vanuit het buitenland wordt gratis.
     

    Nederlanders bellen steeds minder met hun smartphone en zijn juist meer online. Toch verandert er niets op het gebied van internetten in een ander EU-land. Volgens T-Mobile is het nog te complex om daar afspraken over te maken met buitenlandse providers. De Amerikaanse tak van T-Mobile biedt al wel gratis internet in het buitenland aan, maar dan op heel lage snelheid. 
     

    De verandering gaat volgende week in. Bestaande klanten moeten hun huidige abonnement omzetten voordat ook zij in het buitenland kunnen bellen vanuit hun Nederlandse bundel. Daar kunnen kosten bij komen kijken, geeft het bedrijf toe.
     

    Europese wens

    Het telecombedrijf zet een voorzichtige eerste stap in de richting van het Europees Parlement. Het parlement wil dat eind dit jaar alle buitenlandse belkosten binnen de EU worden afgeschaft, zodat mobiele gebruikers in de hele EU hetzelfde betalen als in eigen land. 

    Mobiele aanbieders verzetten zich tegen het plan, omdat het hen veel geld kan kosten. Volgens de Amerikaanse directeur van T-Mobile hebben sommige aanbieders een marge van 95 procent op mobiel internet in het buitenland.
     

    Meer data
    Van de drie grote mobiele aanbieders in Nederland is T-Mobile de enige die nog geen landelijk dekkend 4G-netwerk heeft. Dat komt volgens het bedrijf onder meer doordat het bedrijf eerst zijn complete netwerk opnieuw opbouwt.

    T-Mobile zegt dat het internetverbruik op zijn mobiele netwerk de afgelopen twaalf maanden met 128 procent is gegroeid in gebieden waar 4G beschikbaar is.

  • Louis Oosterveer - Manager ICT - A2B-online
    "
    Lionconnect is een professionele partner die meedenkt met onze organisatie en als het nodig is snel kan handelen. Medewerkers van Lionconnect weten waar het om gaat."



  • MarjoTrain More - referentie Lionconnectlijn Meijer - Algemeen directeur - Train More
    "Lionconnect geeft mij rust, de dingen worden geregeld zoals afgesproken en dat is voor mij heel belangrijk. Lionconnect komt zijn afspraken na en is zeer goed bereikbaar. Het is een zeer persoonlijk  en betrouwbaar bedrijf waar ik heel graag zaken mee doe."



  • Edgar de Heer - ICT Manager - NOV ASEP Elmar
    "Lionconnect adviseert en voorziet NOV ASEP Elmar reeds sinds 2004 van uiterst professionele oplossingen voor al onze functionele en technische vraagstukken op het gebied van telecom. Lionconnect is kundig, daadkrachtig, makkelijk benaderbaar en zeer betrouwbaar: afspraak is afspraak."



  • Stichting de HaardsteeMartien Wesselman - Directeur/bestuurder - Stichting de Haardstee
    "Lionconnect is een plezierige partner, die het leeuwendeel van de ploegtocht door telecom-land kan ondersteunen."


  • Patricia van Arkelen, Projectleider - Abvakabo FNV 
    In 2012 is Abvakabo FNV begonnen met het vervangen van de telefonie omgeving. Het project is intern opgestart, maar al snel wilden wij de expertise van een externe partij inschakelen. Dit om er zeker van te zijn, dat we een goed product zouden aanschaffen, dat zou passen bij de organisatie, en daarnaast flexibel en schaalbaar zou zijn.
     
    Na een zoekperiode van 2 maanden en het voeren van gesprekken met adviserende bedrijven, zijn we uitgekomen bij Lionconnect uit Leiden. Het eerste gesprek gaf ons direct een positief gevoel en de communicatie verliep bijzonder prettig. Wij zochten een bedrijf dat met ons mee wilde denken en onpartijdig zou zijn. Daarom en vanwege hun flexibiliteit en houding hebben wij voor Lionconnect gekozen.
     
    Abvakabo FNV hield de regie over het project, terwijl Lionconnect een adviserende rol had. Die rol ging ver….. van het beoordelen van RFI’s / RFP’s tot referentiebezoeken aan toe. Door hun betrokkenheid konden zij kritische vragen stellen aan leveranciers en juist door deze rol, hebben wij een goede keuze gemaakt voor het product.  
     
    Inmiddels zijn we bezig met de implementatie van de nieuwe telefonie omgeving en zit het werk van Lionconnect erop. Wij kijken terug op een mooie en leerzame periode, waarin de samenwerking als zeer prettig is ervaren.

  • Miranda Roskosch-van Huis - Controller - Sophia Stichting
    "Lionconnect heeft voor ons geheel naar wens de overstap geregeld naar een nieuwe telefonie aanbieder.  Niet eerder is het ons gelukt om de telefonie naar tevredenheid te regelen voor onze scholen. De wereld van telecomaanbieders is heel erg ondoorzichtig en daardoor hebben wij hier de deskundige hulp van Lionconnect bij nodig gehad."

  • René Koenen - Algemeen directeur - Facility Portal Nederland
    "Wij zijn al partners sinds de oprichting van Lionconnect en kennen hen als een proactieve, snel acterende, service gerichte dienstverlener."



  • Sharon Dossantos - applicatiebeheerder - Verus
    Wij maken al enige tijd gebruik van de mobiele telefoniediensten van Lionconnect en dit bevalt zeer goed. Ze zijn altijd goed bereikbaar en handelen snel en adequaat. Ook waarderen we de heldere communicatie en het goede inzicht in het marktaanbod van mobiele telefonie.”